Schaduwkant en ruimtevaart…?
Wat heeft mijn nieuwste thriller Schaduwkant toch met ruimtevaart te maken?
De laatste weken heb ik veel getwitterd over André Kuipers, mijn zwager. Wij volgden zijn lancering vanuit Baikonoer naar het International Space Station (ISS) in Noordwijk, bij Space Expo. Die dag, 21 december, waren we met ons gezin ineens op radio en TV, vooral voor de kleinste zonen in huis een belevenis. Om maar te zwijgen van de lancering zelf waar we met open monden en stiekeme tranen in de ogen naar stonden te kijken. De volgende dag vlogen we met zijn zessen naar Moskou, ook al een lancering op zich, want de kleinste twee hadden nog nooit gevlogen. De spanning sloeg snel om in het vliegtuig: vliegen is vet! In Moskou aangekomen (sneeuw!) meteen vanuit het vliegveld naar de Nederlandse ambassade waar we familie en vrienden troffen en de geslaagde lancering met erwtensoep, tosti’s en speculaas (en wijn) vierden.
De volgende dag met zijn allen met de bus naar Sterrenstad, waar we de trainingsfaciliteiten bezochten. We werden rondgeleid door de montere Frank de Winne, kosmonaut die al twee keer een vlucht heeft gemaakt. Snel in het souvenirwinkeltje een paar koelkastplakkers met Laika en Gagarin gekocht, maar helaas – bij thuiskomst onvindbaar – zeker weggevlogen, het heelal blijft lokken!
Daarna terug naar Moskou, naar het Mission Control Center waar de koppeling begeleid werd. Paspoortcheck, bagagecheck, veel jaren 50 sfeer, vriendelijk lachende maar toch enigszins norse Russen en voor je het weet zit je in het ‘aquarium’ een soort theater met een immens raam met rechtstreeks uitzicht op het control center. En ja, binnen no time komt de Soyuz in beeld. Op allerlei meters was te volgens wat de snelheid per seconde was, en wat de afstand tot het ISS. Twee dagen rondjes rond de aarde vliegen, met drie man in een ruimte van 6 m3 maar dan heb je ook wat: de docking lukte. Een eerste applaus en dan worden we opgehaald voor de eerste wodka! Een tafel vol hapjes (Russische ditmaal), veel hoogwaardigheidsbekleders (waaronder de secretaris generaal uit Kazachstan, die geen woord Engels sprak maar met wie je heel leuk kon borrelen), veel journalisten die ter plekke blogs schreven, beelden monteerden en nog wat vragen stelden, de twee kleinsten die het Jeugdjournaal nog te woord staan, manlief die door journalisten ontvoerd wordt en ook nog deze en gene toelichting geeft, opgeluchte familieleden – veel vrolijkheid. Het lange wachten op het openen van het luik begint (stel je voor dat er toch een lekje in de aansluiting zit, dat zou me toch een rommel geven!). Intussen worden we meegetroond naar het ‘balkon’ waar vrouwen en kinderen (en nog veel meer hoogwaardigheidsbekleders) de koppeling volgen. We komen terecht in een wit marmeren zaal met lange tafels met glinsterend bestek – en heel veel flessen. Als we wodka willen – mijn schoonmoeder en ik bedanken beleefd voor de natuurlijk veel sjiekere cognac en peperdure wijn – moet er even flink gezocht worden, maar uiteindelijk staan we toch met een geslepen kristallen glaasje helder transparant Russisch vocht te proosten. трижды hoera!hoera!hoera!
Na een paar uur is het moment daar: het luik wordt geopend en drie opgeluchte kosmonauten zweven het ISS in. Met blije en bolle gezichten – door het gebrek aan zwaartekracht verdeelt het bloed zich anders in het lichaam: dunnere benen (da’s wel fijn) en een bolle kop (da’s weer iets minder). Er wordt even met de familie gepraat – en dat is best moeilijk als de halve wereld meeluistert – en Sterre zingt haar onvergetelijke lied. Prachtig! Tijd voor weer een feestje, die Russen weten van geen ophouden en wij doen vrolijk mee. Een paar uurtjes later, in het hotel, komen we nog even bij elkaar, voor de verhalen en… een glas!
Wij blijven nog een paar dagen met onze vier jongens en mijn andere zwager, zijn vrouw en twee dochters in Rusland. We bezoeken in de vrieskou het Rode Plein. Gelukkig zijn er prachtige grote warenhuizen waar je even op kunt warmen. We eten Georgische vleesindeeghapjes in een klein Russisch restaurant, waar het publiek zich tot groot vermaak van onze kinderen lawaaiig lamzuipt aan de wodka en champagne. Wij houden het bij 1 biertje de man. Je kunt ook overdrijven. Die nacht boemelen we in een bedje met de Red Arrow trein naar Sint Petersburg.
Die laatste stad is trouwens een aanrader! Terwijl André op 400 kilometer hoogte boven ons in de rondte zweeft, lopen wij de kilometerslange Nevsky Prospect af met z’n tienen (en tien koffers op wielen). Ze schijnen geen kerst te vieren die Russen, maar we zagen nog nooit zoveel kerstlichtjes en kerstbomen! Nederland verbleekt er bij. We snuiven een paar dagen cultuur en geschiedenis, bekijken de intocht van Vadertje Vorst (een soort Sinterklaas/kerstman) en verschansen ons in Russische eettentje, met – je raadt het al – een glas ijskoude wodka!
Rest nog de vraag wat mijn nieuwste thriller Schaduwkant met ruimtevaart te maken heeft. Ach, personages hebben een achtergrond nodig en toen ik Schaduwkant schreef sprak ik – toen de vorige kerst net achter de rug was – met iemand over ons aanstaande Ruslandavontuur. Op de fiets naar huis wist ik ineens dat Joeri uit het boek Joeri heet. En dat hij zo genoemd is omdat zijn vader een Rus was, geboren in Baikonoer, waar hij werkte als de treinmachinist met de taak de raketten van de fabriek naar het lanceerplatform te rijden. Daar is ook iemand verantwoordelijk voor tenslotte…. En tja, zonder André als zwager was ik inderdaad nooit van z’n leven op dat beroep gekomen…








